Português

Nederlands

Corpo - Lichaam

Órgãos externos

Uitwendige Organen

cabeça

hoofd

cabelo

haar

olho

oog

orelha

oor

cara

gezicht

nariz

neus

barba

baard

lábios

lippen

boca

mond

dente

tand

língua

tong

pele

huid

pescoço

hals

braço

arm

cotovelo

elleboog

mão

hand

dedo

vinger

unhas

nagels

peito

borst

músculos

spieren

joelho

knie

pé, perna

voet, been

costas

rug

lombar

onderrug

Órgãos internos

Inwendige organen

cérebro

hersenen

garganta

keel

pulmão

long

fígado

lever

rins

nieren

coração

hart

sangue

bloed

estômago

maag

intestino

darm

osso

bot

  1. Órgãos externos

    Uitwendige Organen

  2. Parti o nariz enquanto esquiava, achas que preciso de cirurgia?

    Ik heb mijn neus gebroken tijdens het skiën, denk je dat ik een operatie nodig heb?

  3. Precisas certamente de uma cirurgia ao nariz.

    Je hebt zeker een neusoperatie nodig.

  4. Preciso de ver um oftalmologista.

    Ik moet naar een oogarts.

  5. Deixa-me procurar um oftalmologista.

    Laat me even kijken voor een oogarts

  6. Podes abrir a boca?

    Kun je je mond open doen?

  7. Um dente tem um buraco e precisa de ser preenchido.

    Eén tand heeft een gaatje en dat moet gevuld worden.

  8. Órgãos internos

    Inwendige Organen

  9. Que medicamento devo tomar para tratar uma garganta dorida?

    Welk medicijn moet ik nemen tegen keelpijn ?

  10. Vou escrever a prescrição de imediato.

    Ik zal meteen een recept uitschrijven.

  11. Qual é o teu grupo sanguíneo?

    Wat is je bloedgroep?

  12. O meu grupo sanguíneo é A+.

    Mijn bloedgroep is A+.


Publicidade